De doorwerking en effecten van besparingsmaatregelen in de Vlaamse administratie: enkele eerste beschrijvende en vergelijkende inzichten

Abstract

De Vlaamse Regering voerde de afgelopen jaren geleidelijk een aantal besparingsmaatregelen in. Zo moest het personeelsbestand met 6 % verminderen en moest er 60 miljoen euro op de personeelsgerelateerde kredieten in de begrotingsjaren 2012-2014 worden bespaard. Speciale aandacht ging tevens naar het dossier ‘rationalisatie van de managementondersteunende functies (MOF)'. De Vlaamse overheid is niet de enige die haar uitgaven grondig bekijkt en deze terugschroeft. Vele Europese overheidsorganisaties zoeken naar maatregelen om de overheidsfinanciën in balans te brengen. Een groot deel van die maatregelen is gericht op de ‘operationele kosten van de overheid’, dat wil zeggen de apparaatskosten van het openbaar bestuur. In dit artikel richten we ons op dergelijke maatregelen en beschrijven we welke impact deze hebben op de administratie. Op basis van een Vlaamse survey en een internationale studie bekijken we welke maatregelen met betrekking tot bezuinigingen in de publieke sector doorgevoerd werden en vervolgens welke effecten deze maatregelen hadden op de werking van administraties. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar het dossier ‘rationalisatie MOF’. We trekken verschillende conclusies. Vlaamse leidend ambtenaren rapporteren dat de meest gebruikte maatregelen lineair zijn en gerelateerd aan een wervingsstop en het verminderen van budgetten van bestaande beleidsprogramma's of uitstellen van nieuwe programma's. Door deze focus te leggen past de Vlaamse Regering in een rijtje Europese (veelal continentale) landen die soortgelijke maatregelen hebben genomen, in vergelijking met radicale en drastische maatregelen in voornamelijk Zuid- en Oost-Europese landen. Effecten van deze maatregelen zijn volgens de leidend ambtenaren niet enkel te vinden binnen de eigen organisatie, maar evenzeer op een overheidsbreed en organisatieoverschrijdend niveau. Zo vindt men dat de macht van het departement Financiën en Begroting is toegenomen, dat er meer wordt samengewerkt tussen entiteiten en dat het belang van prestatie-informatie is toegenomen. Ook hier past de Vlaamse situatie in een bredere Europese trend naar een verdere centralisatie van beslissingsmacht op het centrale niveau. De rationalisatie van managementondersteunende functies is in Vlaanderen doorheen de laatste jaren steeds sterker gekoppeld aan het besparingsprogramma, waarbij de Vlaamse Regering de druk op agentschappen en departementen verhoogde om hun interne managementondersteunende functies af te bouwen. Toch is de voornaamste reden om managementondersteuning uit te besteden aan een managementondersteunende dienst buiten de eigen organisatie niet zozeer de druk vanuit de Vlaamse Regering, maar het zich richten op de eigen kerntaken, volgens de bevraagde ambtenaren. Al met al kunnen we de doorwerking van budgettaire besparing in Vlaanderen relatief gematigd noemen en vergelijkbaar met onze West-Europese buurlanden.

Publication
In Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement